Visie Hans van Putten Augustus 2021

Visie Hans van Putten | Augustus 2021

"De coöperatieve gedachte als basis voor sociaal ondernemerschap in de zorg"

Geplaatst op 19 augustus 2021

Af en toe terugkijken is belangrijk om vooruit te kunnen denken. Na bijna 20 jaar als zorgpionier en zorgvernieuwer te hebben gewerkt, is het tijd voor een terugblik. Om lessen uit het verleden te trekken en als bagage mee te nemen naar bedrijfsvormen in de zorg van het heden en de toekomst.

Ondernemerschap in de zorg in vogelvlucht
In de jaren negentig werd het ondernemerschap in de zorg voorzichtig ontwikkeld en beetje bij beetje geaccepteerd. Het begon met private klinieken en diagnostische centra. In 2003 werd met de start van de Thomashuizen het ondernemerschap in de langdurige zorg een feit. De eerste Thomashuizen lieten zien dat het mogelijk was om ondernemerschap op een verantwoorde wijze aan zorg te koppelen. Tot medio 2017 werd deze aanpak door de politiek en samenleving omarmt en golden de formules Thomashuizen en Herbergiers als innovatieve voorbeelden van sociaal en maatschappelijk ondernemerschap in de zorg.

Foto: VNO-NCW

Zorg: beter, leuker en goedkoper
De basis van het succes was dat de formules gedreven werden door de ambitie van betere zorg tegen lagere kosten en niet door het verdienen van heel veel geld. Mijn zoon Thomas moest niet integreren in de zorgwereld, maar de zorgwereld moest integreren in de gewone wereld. Dus de zorg moest beter, leuker en goedkoper. Vanuit dit vertrekpunt werden de zorgondernemers bewust gemaakt van de aandacht voor het individu en niet voor het systeem. En zoals zo vaak doet een goed voorbeeld goed volgen.

Naast de vele veelbelovende initiatieven kwamen er ook steeds meer zakelijk geïnspireerde initiatieven. Het vastgoed werd steeds meer leidend en de zorg werd een noodzakelijk bijproduct om de huren aan de investeerders te betalen. Ook de overheid zag deze ontwikkeling en heeft recent een aantal maatregelen geïntroduceerd die deze ontwikkelingen een halt willen toeroepen. De overheid heeft het letterlijk over het voorkomen van weglekken van zorggeld naar private investeerders, overkoepelende organisaties zonder toegevoegde waarde en ook aandeelhoudersconstructies die ondoorzichtig zijn. De teneur voor ondernemerschap in de zorg dreigt op dit moment om te slaan van ondersteunend naar ontmoedigend.

Hans van Putten kijkt met een liefdevolle blik naar zijn zoon Tomas voor het Tomashuis in Buurmalsen
Foto;Pim Ras
Met zoon Thomas

De basis van mijn huidige aanpak: inspelen op de komende veranderingen en cultuur
Toen ik in 2016 mijn aandelen verkocht, ben ik voorzichtig gaan onderzoeken hoe mijn toekomst binnen de zorg eruit kon gaan zien. Wat mij betreft is en blijft kleinschaligheid en ondernemerschap in de zorg cruciaal om innovatief te blijven. Wat anders moet is dat de pure zakelijke en soms kapitalistische benadering vervangen wordt door een meer maatschappelijke benadering (van het ik-tijdperk naar het wij-tijdperk). Vanuit die gedachte is samen met Stichting Aafje de coöperatieve structuur in ere hersteld. Ondernemerschap gekoppeld aan inspraak, transparantie, medezeggenschap en betaalbaarheid. Dat zijn de pijlers van de concepten en organisaties voor de toekomst in de zorg.

De coöperatieve gedachte bij de ontwikkeling van nieuwe zorgformules
Wat mij betreft is het duidelijk dat klantgerichtheid en ondernemerschap, samen met de financiering via het persoonsgebonden budget, essentieel zijn voor vernieuwing en verbetering binnen de (langdurige) zorg in een kleinschalige setting. Om de nieuwe aspecten inspraak, transparantie en medezeggenschap toe te voegen is samen met Stichting Aafje de coöperatie P.BELL&Friends opgericht. Deze coöperatie bestaat uit leden die samen het beleid en de toekomst bepalen. De eerste twee leden zijn de twee initiatiefnemers. Hierna treden nog negen grote regionaal opererende zorgorganisaties toe. Met twee daarvan zijn al verregaande afspraken gemaakt om ook deel te nemen. De zeggenschap is zodanig geregeld dat er een balans is in zeggenschap tussen de initiatiefnemers en de zorgorganisaties. Geen enkele partij heeft een meerderheid, dus consensus wordt de basis.

P.BELL&Friends ontwikkelt nieuwe formules (Zorgvilla Tante Toos en De Dienstbode) voor ouderen met een klein pensioen of alleen AOW en met een nadruk in de stedelijke omgeving. De formules vallen in het midden van het “zorgspeelveld”, tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis. De rol van de coöperatie is verder om deze formules up-to-date te houden, een correcte lobby uit te voeren en om steeds innovatief te blijven.

Bij de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst De Dienstbode Gouda

De coöperatieve gedachte bij het uitwerken en begeleiden van de zorgformules
In elke grote regio in Nederland wordt door de deelnemende zorgorganisatie samen met P.BELL&Friends een regionale coöperatie opgericht die de twee (of later nog meer) zorgformules gaat exploiteren. Dit betekent dat er per regio maximaal 50 tot 60 zorgondernemers zich kunnen aansluiten bij de regionale coöperatie, waarvan Aafje Coöperatie de eerste is. Er is gekozen voor een maximering van het aantal zorgondernemers om het kleinschalige te benadrukken. De regionale coöperatie selecteert de zorgondernemers, leidt ze op en zorgt ervoor dat ze over een passende locatie kunnen beschikken om hun eigen bedrijf te starten. Natuurlijk zijn de zorgondernemers zelf lid van de regionale coöperatie. Op die manier kunnen zij hun invloed aanwenden om het beleid zo nodig bij te sturen. Dus geen externe aandeelhouders, alleen leden met zeggenschap. Op de algemene vergadering heeft elk lid inspraak en zeggenschap over het te voeren beleid. Zonder de steun van de ondernemers kan er geen beleid worden gevoerd en kunnen er geen besluiten worden genomen.

DeDienstbode-schets
Visuele weergave van een huiskamer van De Dienstbode

De coöperatieve gedachte bij het exploitatie van de individuele locaties
Ook binnen de individuele locatie is het belangrijk dat er zeggenschap en transparantie komt in de bedrijfsvoering. Vanaf 2022 is elke zorginstelling met meer dan 10 medewerkers verplicht om een onafhankelijke Raad van Toezicht te installeren. Daar is geen ontkomen aan. De enige uitzondering is het ouderinitiatief. Dit omdat deze initiatieven vanuit het PGB gefinancierd worden en de ouders/vertegenwoordigers een dominante rol spelen in het besturen van dit initiatief.

Vandaar dat vanaf de start elke locatie een eigen gastenraad krijgt, die een formele en een bepalende stem heeft in het algemeen beleid van de locatie. Deze raad heeft een driehoofdig bestuur, waarvan één een onafhankelijk voorzitter en twee leden gekozen uit de familie of vertegenwoordiger van de bewoners. De zorgondernemer en een vertegenwoordiger van Per Saldo wonen de vergaderingen bij en geven advies maar hebben geen stemrecht. Binnen het bestuur wordt jaarlijks het beleid beoordeeld dat de zorgondernemer en bestuur hebben vastgelegd. Dit wordt vervolgens in de algemene vergadering aan alle leden van de gastenraad toegelicht.

Stichting P.B. Vastgoed
Om de onafhankelijkheid van het vastgoed ten opzichte van de coöperaties te waarborgen en om ervoor te zorgen dat altijd maatschappelijk verantwoord wordt gehuurd, wordt er exclusief gewerkt met woningbouwcorporaties. Op deze manier vloeit er geen geld weg naar private investeerders en is er ook geen schijn van belangenverstrengeling tussen eigenaren, hoofdhuurders en onderhuurders. De inkomsten van de stichting zijn openbaar en voor iedere geïnteresseerde in te zien.

Tot zover mijn visie zoals die de afgelopen periode samen met onder andere Stichting Aafje is ontwikkeld. Om de zorg in de toekomst niet alleen toegankelijk en betaalbaar te houden, maar ook inspirerend, innovatief en alsjeblieft ook nog een beetje leuk. Op naar een mooie toekomst!

 

Hans van Putten